Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomstenrecht. Wanprestatie. Inroepen van beding dat koper van de koop mag…

Hoge Raad, 22 maart 2019

Zaakgegevens

Op 22 maart 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22 maart 2019
Datum publicatie
20 maart 2019
Zaaknummer
18/00133
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
mr. M.W. Scheltema
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:400
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomstenrecht. Wanprestatie. Inroepen van beding dat koper van de koop mag terugkomen. Vaststellingsovereenkomsten. Verzuim in de nakoming van de overeenkomst(en)? Met ingang van welke datum?

Procesgang

  1. Uitspraak · 2017

    ECLI:NL:GHARL:2017:8768
  2. Conclusie A-G · 1 februari 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:91
  3. Hoge Raad · 22 maart 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:400

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

22 maart 2019

Eerste Kamer

18/00133

TT/MD

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [eiser 1] ,

2. [eiseres 2] ,
beiden wonende te [woonplaats] ,

EISERS tot cassatie, verweerders in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

advocaat: mr. M.W. Scheltema,

t e g e n

1. [verweerster 1]
gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2. [verweerster 2]
gevestigd te [vestigingsplaats] ,

VERWEERSTERS in cassatie, eiseressen in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

advocaten: mr. M. Littooij en mr. M.B.A. Alkema.

Eisers zullen hierna ook worden aangeduid als [eisers] Verweersters zullen hierna gezamenlijk ook worden aangeduid als [verweersters]

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de vonnissen in de zaak C/08/167466 HA ZA 15-72 van de rechtbank Overijssel van 20 mei 2015 en 23 december 2015;

b. de arresten in de zaak 200.183.351/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 april 2016 en 10 oktober 2017.

Het arrest van het hof van 10 oktober 2017 is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof van 10 oktober 2017 hebben [eisers] beroep in cassatie ingesteld. [verweersters] hebben voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De procesinleiding en het verweerschrift tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het principaal cassatieberoep.

De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van het middel in het principale beroep

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het principale beroep;

veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweersters] begroot op € 6.575,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, M.V. Polak, M.J. Kroeze en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 22 maart 2019.