Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Caribische zaak. Is publicatie op voorpagina dagblad over (onjuist gebleken) mededeling…

Hoge Raad, 22 maart 2019

Zaakgegevens

Op 22 maart 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22 maart 2019
Datum publicatie
20 maart 2019
Zaaknummer
18/03045
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:402
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Caribische zaak. Is publicatie op voorpagina dagblad over (onjuist gebleken) mededeling anonieme bron dat geld zou zijn verdwenen uit kluis Centrale Bank onrechtmatig?

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 1 februari 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:94
  2. Hoge Raad · 22 maart 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:402

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

22 maart 2019

Eerste Kamer

18/03045

TT/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

DE CENTRALE BANK VAN ARUBA,
gevestigd te Oranjestad, Aruba,

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaten: mr. A.M. van Aerde en mr. R.S. Meijer,

t e g e n

[eiser] , handelend onder de naam [A] ,
wonende te [woonplaats] , Aruba,

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als CBA en [eiser] .

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de vonnissen in de zaak AR nr. 1965 van 2015 van het gerecht in eerste aanleg van Aruba van 24 augustus 2016 en 2 september 2016;

b. het vonnis in de zaak AR 1965/2015 - ghis 81907 - H - 167/17 van het gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 17 april 2018.

Het vonnis van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het vonnis van het hof heeft CBA beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[eiser] heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaten van CBA hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt CBA in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiser] begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, T.H. Tanja-van den Broek, M.J. Kroeze en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 22 maart 2019.