Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Erfrecht. Beroep op legitieme portie. Ontzenuwing van bewijsvermoeden dat schenking heeft…
Hoge Raad, 22 maart 2019
ECLI:NL:HR:2019:403 · Hoge Raad · 22 maart 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2019-403
Zaakgegevens
Op 22 maart 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 22 maart 2019
- Datum publicatie
- 20 maart 2019
- Zaaknummer
- 18/01447
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. N.C. van Steijn
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:403
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Erfrecht. Beroep op legitieme portie. Ontzenuwing van bewijsvermoeden dat schenking heeft plaatsgevonden. Eindarrest gewezen zonder partijen voldoende gelegenheid te geven te verzoeken om pleidooi of verdere proceshandeling?
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 9 januari 2018
ECLI:NL:GHAMS:2018:67Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 1 februari 2019
ECLI:NL:PHR:2019:112Hoge Raad · 22 maart 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:403
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gedeeltelijk contrairGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
22 maart 2019
Eerste Kamer
18/01447
TT/AR
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser]
wonende te [woonplaats 1] ,
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. N.C. van Steijn,
t e g e n
1. [verweerder 1] ,
wonende te [woonplaats 2] ,
2. [verweerster 2] ,
wonende te [woonplaats 3] ,
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en verweerders.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/13/590197/HA ZA 15-630 van de rechtbank Amsterdam van 2 maart 2016 en 9 november 2016;
b. het arrest in de zaak 200.208.277/01 van het gerechtshof Amsterdam van 9 januari 2018.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof van 9 januari 2018, alsmede tegen de beslissing van het hof ter zitting van12 oktober 2017 dat op 9 januari 2018 uitspraak zal worden gedaan, heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen verweerders is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van eiser in zijn klacht tegen de beslissing van het hof ter zitting van 12 oktober 2017 en voor het overige tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van verweerders begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, M.V. Polak, C.E. du Perron en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 22 maart 2019.