Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige daad. Prospectusaansprakelijkheid. Obligaties beleggingsfonds in Spaans…
Hoge Raad, 29 maart 2019
ECLI:NL:HR:2019:448 · Hoge Raad · 29 maart 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2019-448
Zaakgegevens
Op 29 maart 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 29 maart 2019
- Datum publicatie
- 28 maart 2019
- Zaaknummer
- 18/00379
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J.H.M van Swaaij, mr. K. Aantjes
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:448
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige daad. Prospectusaansprakelijkheid. Obligaties beleggingsfonds in Spaans vastgoed. Aansprakelijkheid middellijk bestuurder van fonds en voorzitter van stichting obligatiehouders als bestuurder en pro se. Begrijpelijkheid oordelen over gestelde misleidendheid prospectus. Aansprakelijkheid bestuurder; persoonlijk ernstig verwijt? Borgersbrief, lengte.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 24 oktober 2017
ECLI:NL:GHARL:2017:9213Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 8 februari 2019
ECLI:NL:PHR:2019:116Hoge Raad · 29 maart 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:448
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
29 maart 2019
Eerste Kamer
18/00379
TT/ABG
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
STICHTING CLAIMSTICHTING BOUWSTATE V,
gevestigd te Apeldoorn,
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij,
t e g e n
1. [de Voorzitter] ,
wonende te [woonplaats] ,
2. [de Bestuurder] ,
wonende te [woonplaats] ,
VERWEERDERS in cassatie, eisers in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. K. Aantjes.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Claimstichting en [verweerders]
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/17/130103/HA ZA 13-303 van de rechtbank Noord-Nederland van 18 juni 2014 en 23 december 2015;
b. de arresten in de zaak 200.186.067/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 maart 2017 en
24 oktober 2017.
Het arrest van het hof van 24 oktober 2017 is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof van 24 oktober 2017 heeft de Claimstichting beroep in cassatie ingesteld. [verweerders] hebben voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De procesinleiding en het verweerschrift tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de Claimstichting mede door mr. J.M. Moorman.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.
De advocaat van Claimstichting heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd. De advocaat van [verweerders] heeft tegen de omvang en de inhoud van deze reactie bezwaar gemaakt.
De Hoge Raad ziet in de lengte van de reactie van de advocaat van Claimstichting geen aanleiding deze buiten beschouwing te laten. [verweerders] hebben geen belang bij de overige bezwaren die zij tegen deze reactie hebben aangevoerd, gelet op hetgeen hierna onder 3 wordt overwogen.
3 Beoordeling van het middel in het principale beroep
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt de Claimstichting in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 2.049,34 aan verschotten en
€ 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, M.J. Kroeze en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 29 maart 2019.