Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Wet Bopz. Machtiging voortgezet verblijf. Verzoek om second opinion.

Hoge Raad, 5 april 2019

Zaakgegevens

Op 5 april 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
5 april 2019
Datum publicatie
4 april 2019
Zaaknummer
19/00330
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
mr. M.A.M. Wagemakers
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:510
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Wet Bopz. Machtiging voortgezet verblijf. Verzoek om second opinion.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 27 februari 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:194
  2. Hoge Raad · 5 april 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:510

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

5 april 2019

Eerste Kamer

19/00330

TT/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[betrokkene] ,
verblijvende te [verblijfplaats] ,

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. M.A.M. Wagemakers,

t e g e n

DE OFFICIER VAN JUSTITIE BIJ HET ARRONDISSEMENTSPARKET NOORD-NEDERLAND,

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als betrokkene en de officier van justitie.

1 Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/18/188695/FA RK 18-3713 van de rechtbank Noord-Nederland van 17 december 2018.

De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van betrokkene heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 5 april 2019.