Civiel recht overig
Octrooizaak. Proceskostenveroordeling in cassatie; art. 1019h Rv. Zaak zelf: art. 81 lid 1 RO (Uitleg…
Hoge Raad, 12 juni 2020
ECLI:NL:HR:2020:1036 · Hoge Raad · 12 juni 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2020-1036
Zaakgegevens
Op 12 juni 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 juni 2020
- Datum publicatie
- 11 juni 2020
- Zaaknummer
- 18/02871
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- A.M van Aerde, T. Cohen Jehoram
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2020:1036
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Octrooizaak. Proceskostenveroordeling in cassatie; art. 1019h Rv. Zaak zelf: art. 81 lid 1 RO (Uitleg octrooi; equivalentie; bewuste keuze voor in octrooi vermelde stof?)
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 8 mei 2018
ECLI:NL:GHDHA:2018:1105Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 13 maart 2020
ECLI:NL:PHR:2020:269Hoge Raad · 12 juni 2020deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2020:1036
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 18/02871
Datum 12 juni 2020
ARREST
In de zaak van
FRESENIUS KABI NEDERLAND B.V.,
gevestigd te 's-Hertogenbosch,
EISERES tot cassatie,
hierna: Fresenius,
advocaat: A.M. van Aerde,
tegen
ELI LILLY & COMPANY,
gevestigd te Indianapolis, Verenigde Staten van Amerika,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Lilly,
advocaat: T. Cohen Jehoram.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
het vonnis in de zaak C/09/537158/KG ZA 17-1072 van de voorzieningenrechter te Den Haag van 24 oktober 2017;
-
het arrest in de zaak 200.228.753/01 van het gerechtshof Den Haag van 8 mei 2018.
Fresenius heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Lilly heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van beide partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Proceskosten in cassatie
Lilly maakt aanspraak op vergoeding van haar kosten met toepassing van art. 1019h Rv. Zij heeft die kosten begroot op € 205.215,--. Fresenius maakt daartegen bezwaar op de grond dat zij de gevorderde vergoeding excessief acht, gelet op het aantal volgens de opgave van Lilly door haar advocaten aan de schriftelijke toelichting bestede uren en verzoekt om matiging van dat bedrag tot het beloop van haar eigen vordering (€ 134.323,20).
De Hoge Raad ziet aanleiding het als redelijk en evenredig aan Lilly toe te schatten bedrag aan proceskosten te bepalen op € 140.000,--.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het beroep;
-
veroordeelt Fresenius in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Lilly begroot op € 865,34 aan verschotten en € 140.000,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 12 juni 2020.