Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Huur bedrijfsruimte; art. 7:290 BW. Ontbinding huurovereenkomst op de grond dat…

Hoge Raad, 12 juni 2020

Zaakgegevens

Op 12 juni 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 juni 2020
Datum publicatie
11 juni 2020
Zaaknummer
19/00542
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
H.J.W Alt, J. van Weerden
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:1040
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Huur bedrijfsruimte; art. 7:290 BW. Ontbinding huurovereenkomst op de grond dat het gehuurde niet conform de bestemming wordt gebruikt. Uitleg huurovereenkomst/bestemmingsbepaling. Motiveringsklachten.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 6 november 2018

    ECLI:NL:GHAMS:2018:4122
  2. Conclusie A-G · 28 februari 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:187
  3. Hoge Raad · 12 juni 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:1040

    Conclusie gevolgd · Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/00542

Datum 12 juni 2020

ARREST

In de zaak van

1. [eiseres 1] V.O.F.,
gevestigd te [vestigingsplaats],

2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats],

3. [eiser 3],
wonende te [woonplaats],

EISERS tot cassatie,

hierna gezamenlijk: [eisers],

advocaat: H.J.W. Alt,

tegen

STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR AMSTERDAM RETAIL PROPERTIES,
gevestigd te Amsterdam,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: de stichting,

advocaat: J. van Weerden.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. het vonnis in de zaak 5076902 CV EXPL 16-15537 van de rechtbank Amsterdam van 5 september 2017;

  2. het arrest in de zaak 200.226.885/01 van het gerechtshof Amsterdam van 6 november 2018.

[eisers] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

De stichting heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de stichting begroot op € 882,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 12 juni 2020.