Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Bestuurdersaansprakelijkheid. Maatstaf. Motiveringsklachten.

Hoge Raad, 12 juni 2020

Zaakgegevens

Op 12 juni 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 juni 2020
Datum publicatie
11 juni 2020
Zaaknummer
19/02017
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
K. Aantjes
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:1043
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Bestuurdersaansprakelijkheid. Maatstaf. Motiveringsklachten.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 22 januari 2019

    ECLI:NL:GHSHE:2019:176
  2. Conclusie A-G · 5 juli 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:784
  3. Hoge Raad · 19 juli 2019

    ECLI:NL:HR:2019:1283

    Overig

  4. Conclusie A-G · 27 maart 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:289
  5. Hoge Raad · 12 juni 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:1043

    Conclusie gevolgd · Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/02017

Datum 12 juni 2020

ARREST

In de zaak van

[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,

EISER tot cassatie,

hierna: [eiser] ,

advocaat: K. Aantjes,

tegen

[verweerster] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: [verweerster] ,

niet verschenen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar:

a. het vonnis in de zaak 3396277 CV EXPL 14-5456 van de kantonrechter te Breda van 1 juli 2015;

b. het arrest in de zaak 200.182.062/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 22 januari 2019.

c. zijn uitspraak op verstekverlening in deze zaak, ECLI:NL:HR:2019:1283, van 19 juli 2019.

[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

Tegen [verweerster] is verstek verleend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 12 juni 2020.