Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Schuldoverneming (art. 6:155 BW). Was sprake van wilsovereenstemming en…
Hoge Raad, 19 juni 2020
ECLI:NL:HR:2020:1080 · Hoge Raad · 19 juni 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2020-1080
Zaakgegevens
Op 19 juni 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 juni 2020
- Datum publicatie
- 18 juni 2020
- Zaaknummer
- 19/01027
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- J.P Heering, M.J. van Basten Batenburg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2020:1080
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Schuldoverneming (art. 6:155 BW). Was sprake van wilsovereenstemming en kennisgeving?
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 4 december 2018
ECLI:NL:GHDHA:2018:3942Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 24 januari 2020
ECLI:NL:PHR:2020:137Hoge Raad · 19 juni 2020deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2020:1080
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 19/01027
Datum 19 juni 2020
ARREST
In de zaak van
V.O.F. [koper],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: [koper],
advocaat: J.P. Heering,
tegen
[verkoper] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: [verkoper],
advocaat: M.J. van Basten Batenburg.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
de vonnissen in de zaak 3883121 RL EXPL 15-5096 van de kantonrechter te Den Haag van 1 september 2015, 5 oktober 2016 en 25 januari 2017;
-
de arresten in de zaak 200.215.807/01 van het gerechtshof Den Haag van 4 juli 2017 en 4 december 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:3942.
[koper] heeft tegen het arrest van het hof van 4 december 2018 beroep in cassatie ingesteld.
[verkoper] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [koper] toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [koper] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het beroep;
-
veroordeelt [koper] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verkoper] begroot op € 2.763,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.H. Sieburgh en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 19 juni 2020.