Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Erfrecht. Vereffening nalatenschap. Verzet tegen uitdelingslijst vereffenaar. Art. 4:218…
Hoge Raad, 17 juli 2020
ECLI:NL:HR:2020:1306 · Hoge Raad · 17 juli 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2020-1306
Zaakgegevens
Op 17 juli 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 juli 2020
- Datum publicatie
- 16 juli 2020
- Zaaknummer
- 19/05791
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- E.J.H. Zandbergen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2020:1306
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Erfrecht. Vereffening nalatenschap. Verzet tegen uitdelingslijst vereffenaar. Art. 4:218 lid 5 BW; art. 187 lid 1 Fw. Cassatieberoep tegen beschikking kantonrechter; art. 80 RO. Vermindering legitieme portie; art. 4:71 BW. Peildatum.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 3 april 2020
ECLI:NL:PHR:2020:322Hoge Raad · 17 juli 2020deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2020:1306
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 19/05791
Datum 17 juli 2020
BESCHIKKING
In de zaak van
[verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: verzoekster,
advocaat: E.J.H. Zandbergen,
tegen
[de vereffenaar],
in hoedanigheid van vereffenaar van de nalatenschap van [erflaatster],
kantoorhoudende te [vestigingsplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de vereffenaar,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaken 7874243 EJ VERZ 19-179 en 7874373 EJ VERZ 19-180 van de kantonrechter te Alkmaar van 11 december 2019.
Verzoekster heeft tegen de beschikking van de kantonrechter beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De vereffenaar heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van verzoekster heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van de kantonrechter beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 17 juli 2020.