Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Erfrecht. Testament waarbij pastoor tot enig erfgenaam is benoemd. Onrechtmatig handelen…
Hoge Raad, 31 januari 2020
ECLI:NL:HR:2020:143 · Hoge Raad · 31 januari 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2020-143
Zaakgegevens
Op 31 januari 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 31 januari 2020
- Datum publicatie
- 29 januari 2020
- Zaaknummer
- 18/03958
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- J.H.M van Swaaij, M.E.M.G. Peletier
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2020:143
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Erfrecht. Testament waarbij pastoor tot enig erfgenaam is benoemd. Onrechtmatig handelen pastoor tegenover familie van erflaatster door erfenis te aanvaarden? Relativiteitsvereiste; art. 6:162 BW. Invloed katholiek canoniek recht en Gedragscode Pastoraat 2014; art. 2:2 BW. Vordering tegen kerk; art. 6:170 BW; belang.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 19 juni 2018
ECLI:NL:GHSHE:2018:2650Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 11 oktober 2019
ECLI:NL:PHR:2019:1037Hoge Raad · 31 januari 2020deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2020:143
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 18/03958
Datum 31 januari 2020
ARREST
In de zaak van
1. [eiseres 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
2. [eiseres 2] ,
wonende te [woonplaats] ,
3. [eiseres 3] , voor zichzelf en in haar hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordiger van haar minderjarige kinderen [betrokkene 1] en [betrokkene 2] en executeur namens de erven van [betrokkene 3],
wonende te [woonplaats] ,
4. [eiseres 4] ,
wonende te [woonplaats]
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: de familie,
advocaat: J.H.M. van Swaaij,
tegen
1. [verweerder 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder 1] ,
niet verschenen,
2. ROOMS-KATHOLIEKE PAROCHIE HEILIGE FRANCISCUS, voorheen […] ,
zetelende te [plaats] ,
hierna: de parochie
3. [het bisdom] ,
zetelende te [plaats] ,
hierna: het bisdom
4. Mgr. [de bisschop] ,
zetelende te [plaats] ,
hierna: de bisschop,
VERWEERDERS in cassatie,
verweerders sub 2, 3 en 4 hierna gezamenlijk: de kerk,
advocaat: M.E.M.G. Peletier.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
de vonnissen in de zaak C/01/291560/ HA ZA 15-233 van de rechtbank Oost-Brabant van 8 juli 2015, 29 juli 2015 en 18 november 2015;
-
de arresten in de zaak 200.200.648/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 5 december 2017 en 19 juni 2018.
De familie heeft tegen het arrest van het hof van 19 juni 2018 beroep in cassatie ingesteld.
Tegen [verweerder 1] is verstek verleend. De kerk heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor de familie mede door J.M. Moorman en voor de kerk mede door M.H.K. Jansen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de familie heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt de familie in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder 1] begroot op nihil en aan de zijde van de kerk begroot op € 865,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de familie deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, M.V. Polak, C.E. du Perron en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 31 januari 2020.