Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Huur bedrijfsruimte. Beëindiging wegens dringend eigen gebruik i.v.m. renovatie…

Hoge Raad, 31 januari 2020

Zaakgegevens

Op 31 januari 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
31 januari 2020
Datum publicatie
29 januari 2020
Zaaknummer
18/04755
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
M.E.M.G Peletier, R.L.M.M. Tan
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:146
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Huur bedrijfsruimte. Beëindiging wegens dringend eigen gebruik i.v.m. renovatie. Mogelijkheid van renovatie zonder beëindiging. Belangenafweging, art. 7:296 lid 3 BW.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 15 augustus 2018

    ECLI:NL:GHAMS:2018:2942
  2. Conclusie A-G · 4 oktober 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:1014
  3. Hoge Raad · 31 januari 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:146

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 18/04755

Datum 31 januari 2020

ARREST

In de zaak van

[eiser],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

hierna: [eiser],

advocaat: M.E.M.G. Peletier,

tegen

[verweerder],
wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

hierna: [verweerder],

advocaat: R.L.M.M. Tan.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de vonnissen in de zaak 4485032 CV EXPL 15-25968 van de kantonrechter te Amsterdam van 14 december 2015 en 22 augustus 2016;

  2. de arresten in de zaak 200.200.402/01 van het gerechtshof Amsterdam van 19 december 2017 en 14 augustus 2018.

[eiser] heeft tegen de arresten van het hof beroep in cassatie ingesteld.

[verweerder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [eiser] mede door J.B.B. Heinen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van deze arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 400,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren G. Snijders, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 31 januari 2020.