Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Aansprakelijkheid voor door dier toegebrachte letselschade tussen medebezitters van dat…
Hoge Raad, 31 januari 2020
ECLI:NL:HR:2020:150 · Hoge Raad · 31 januari 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2020-150
Zaakgegevens
Op 31 januari 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 31 januari 2020
- Datum publicatie
- 29 januari 2020
- Zaaknummer
- 18/04388
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- J. van Duijvendijk-Brand
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2020:150
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Aansprakelijkheid voor door dier toegebrachte letselschade tussen medebezitters van dat dier (art. 6:179 BW)? Afwijking of verfijning van HR 29 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:162 (Manegepaard Imagine)?
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 17 juli 2018
ECLI:NL:GHDHA:2018:1801Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 4 oktober 2019
ECLI:NL:PHR:2019:980Hoge Raad · 31 januari 2020deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2020:150
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 18/04388
Datum 31 januari 2020
ARREST
In de zaak van
[de man],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [de man],
advocaat: J. van Duijvendijk-Brand,
tegen
1. ALLIANZ BENELUX N.V., handelend onder de naam London Verzekeringen N.V.,
gevestigd te Brussel,
2. [de vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: London c.s.,
advocaten: A.C. van Schaick en N.E. Groeneveld-Tijssens.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
de beschikking in de zaak C/09/515171/HA RK 16-362 van de rechtbank Den Haag van 22 november 2016 en het vonnis in de zaak C/09/534946/ HA ZA 17/668 van de rechtbank Den Haag van 6 september 2017;
-
de arresten in de zaak 200.223.765/01 van het gerechtshof Den Haag van 30 januari 2018 en 17 juli 2018.
[de man] heeft tegen het arrest van het hof van 17 juli 2018 beroep in cassatie ingesteld.
London c.s. hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [de man] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [de man] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van London c.s. begroot op € 865,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [de man] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren M.V. Polak, als voorzitter, M.J. Kroeze en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 31 januari 2020.