Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Verzekeringsrecht. Zorgplicht assurantiemakelaar. Bedrijfsschade bij onderneming als gevolg…
Hoge Raad, 25 september 2020
ECLI:NL:HR:2020:1524 · Hoge Raad · 25 september 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2020-1524
Zaakgegevens
Op 25 september 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 september 2020
- Datum publicatie
- 25 september 2020
- Zaaknummer
- 19/03037
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- D.A van der Kooij, J.W.H. van Wijk
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2020:1524
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Verzekeringsrecht. Zorgplicht assurantiemakelaar. Bedrijfsschade bij onderneming als gevolg van storing in een bedrijf dat vroeger deel uitmaakte van hetzelfde concern. Uitleg polis bedrijfsschade zoals die voor de afsplitsing bestond; verplichting van tussenpersoon om bestaande dekking ook na de afsplitsing te behouden.
Procesgang
Rechtbank Rotterdam · 26 april 2017
ECLI:NL:RBROT:2017:3569Gerechtshof Den Haag · 26 maart 2019
ECLI:NL:GHDHA:2019:2242Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 19 juni 2020
ECLI:NL:PHR:2020:688Hoge Raad · 25 september 2020deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2020:1524
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 19/03037
Datum 25 september 2020
ARREST
In de zaak van
ATTERO HOLDING B.V.,
gevestigd te Voorst,
EISERES tot cassatie, verweerderster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
hierna: Attero,
advocaat: D.A. van der Kooij,
tegen
1. AON NEDERLAND C.V.,
gevestigd te Rotterdam,
2. AON NETHERLANDS OPERATIONS B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
VERWEERSTERS in cassatie, eiseressen in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
hierna: Aon,
advocaat: J.W.H. van Wijk.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
het vonnis in de zaak C/10/498304/HA ZA 16-321 van de rechtbank Rotterdam van 26 april 2017;
-
het arrest in de zaak 200.220.770/01 van het gerechtshof Den Haag van 26 maart 2019.
Attero heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. Aon heeft in haar verweerschrift geconcludeerd tot verwerping van het principale beroep en heeft daarnaast voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. Attero heeft in het incidentele cassatieberoep geconcludeerd tot verwerping.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor AON mede door J.B.B. Heinen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van zowel het principale als, mocht daaraan worden toegekomen, het incidentele cassatieberoep.
De advocaat van Attero heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel in het principale beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het principale beroep;
-
veroordeelt Attero in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Aon begroot op € 6.802,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Attero deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 25 september 2020.