Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Beslagrecht. Executoriaal beslag door Ontvanger. Gemotiveerd bezwaarschrift in de zin van…

Hoge Raad, 9 oktober 2020

Zaakgegevens

Op 9 oktober 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
9 oktober 2020
Datum publicatie
7 oktober 2020
Zaaknummer
19/03419
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
Y.E.J. Geradts
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:1590
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Beslagrecht. Executoriaal beslag door Ontvanger. Gemotiveerd bezwaarschrift in de zin van art. 25.2.2 Leidraad Invordering 2008. Hoogte griffierecht in hoger beroep.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 19 juni 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:623
  2. Hoge Raad · 9 oktober 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:1590

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/03419

Datum 9 oktober 2020

ARREST

In de zaak van

[eiser],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

hierna: [eiser],

advocaat: Y.E.J. Geradts,

tegen

DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST,
kantoorhoudende te Utrecht,

VERWEERDER in cassatie,

hierna: de Ontvanger,

advocaten: J.W.H. van Wijk en J.W. de Jong.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. het vonnis in de zaak C/16/418111 / HA ZA 16-462 van de rechtbank Midden-Nederland van 17 mei 2017;

  2. het arrest in de zaak 200.230.857 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 30 april 2019.

[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

De Ontvanger heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Ontvanger begroot op € 882,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.H. Sieburgh en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.H. Sieburgh op 9 oktober 2020.