Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Onteigeningsrecht. Ondertekening vonnis; art. 230 lid 3 Rv. Was rechtbank gehouden…

Hoge Raad, 9 oktober 2020

Zaakgegevens

Op 9 oktober 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
9 oktober 2020
Datum publicatie
7 oktober 2020
Zaaknummer
20/00813
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
J.P van den Berg, J.A.M.A. Sluysmans
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:1594
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Onteigeningsrecht. Ondertekening vonnis; art. 230 lid 3 Rv. Was rechtbank gehouden aantekeningen griffier te verstrekken aan partijen? Samenhang met zaak 20/00815.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 4 september 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:773
  2. Hoge Raad · 9 oktober 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:1594

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 20/00813

Datum 9 oktober 2020

ARREST

In de zaak van

[Eigenaar],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

hierna: [Eigenaar],

advocaat: J.P. van den Berg,

tegen

DE PROVINCIE GRONINGEN,
zetelende te Groningen,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: de Provincie,

advocaat: J.A.M.A. Sluysmans.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar het vonnis in de zaak 168533 f HA ZA 19/177 van de rechtbank Noord-Nederland van 5 februari 2020.

[Eigenaar] heeft tegen het vonnis beroep in cassatie ingesteld. De Provincie heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het vonnis van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat vonnis. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt [Eigenaar] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Provincie begroot op € 902,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.H. Sieburgh op 9 oktober 2020.