Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Consumentenrecht. Hypothecaire geldlening. Diende het hof ambtshalve te toetsen aan…

Hoge Raad, 16 oktober 2020

Zaakgegevens

Op 16 oktober 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16 oktober 2020
Datum publicatie
14 oktober 2020
Zaaknummer
19/03925
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
R.K. van der Brugge
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:1634
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Consumentenrecht. Hypothecaire geldlening. Diende het hof ambtshalve te toetsen aan Richtlijn 93/13/EEG?

Procesgang

  1. Rechtbank Midden-Nederland · 15 maart 2017

    ECLI:NL:RBMNE:2017:1231
  2. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 21 mei 2019

    ECLI:NL:GHARL:2019:4754
  3. Conclusie A-G · 10 juli 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:722
  4. Hoge Raad · 16 oktober 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:1634

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/03925

Datum 16 oktober 2020

ARREST

In de zaak van

[eiseres],
wonende te [woonplaats],

EISERES tot cassatie,

hierna: [eiseres],

advocaat: R.K. van der Brugge,

tegen

ABN AMRO HYPOTHEKEN GROEP B.V.,
gevestigd te Amersfoort,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: ABN AMRO,

advocaten: F.E. Vermeulen en B.F.L.M. Schim.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. het vonnis in de zaak 5409999 UC EXPL 16-14214 NM/31469 van de rechtbank Midden-Nederland van 15 maart 2017;

  2. het arrest in de zaak 200.221.879 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 mei 2019.

[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

ABN AMRO heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ABN AMRO begroot op € 882,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 16 oktober 2020.