Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Insolventierecht. Verzoek faillietverklaring. Pluraliteit van schuldeisers. Summierlijk…

Hoge Raad, 30 oktober 2020

Zaakgegevens

Op 30 oktober 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
30 oktober 2020
Datum publicatie
29 oktober 2020
Zaaknummer
19/05446
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
J den Hoed, T.T. van Zanten
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:1706
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Insolventierecht. Verzoek faillietverklaring. Pluraliteit van schuldeisers. Summierlijk blijken van (steun)vordering. Art. 6 lid 3 Fw.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 26 juni 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:653
  2. Hoge Raad · 30 oktober 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:1706

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/05446

Datum 30 oktober 2020

Arrest

In de zaak van

[verzoekster] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

hierna: [verzoekster],

advocaat: J. den Hoed,

tegen

1. Maria Josepha COOLS,

2. Hendrik DULACK,

in hun hoedanigheid van curatoren in het faillissement van [A] B.V.,

beiden kantoorhoudende te Utrecht,

VERWEERDERS in cassatie,

hierna: de curatoren,

advocaat: T.T. van Zanten.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. het vonnis in de zaak C/13/19/319 F van de rechtbank Amsterdam van 26 september 2019;

  2. het arrest in de zaak 200.267.115/01 van het gerechtshof Amsterdam van 22 november 2019.

[verzoekster] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De curatoren hebben verzocht het beroep te verwerpen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [verzoekster] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 30 oktober 2020.