Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Uitvoering rechtsbijstandverzekering. Wraking en verschoning van rechters. Schending van…

Hoge Raad, 30 oktober 2020

Zaakgegevens

Op 30 oktober 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
30 oktober 2020
Datum publicatie
29 oktober 2020
Zaaknummer
19/02671
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
J van Weerden, M.S. van der Keur
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:1707
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Uitvoering rechtsbijstandverzekering. Wraking en verschoning van rechters. Schending van equality of arms en van hoor en wederhoor?

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 19 februari 2019

    ECLI:NL:GHDHA:2019:2243
  2. Conclusie A-G · 29 mei 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:590
  3. Hoge Raad · 30 oktober 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:1707

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/02671

Datum 30 oktober 2020

ARREST

In de zaak van

[eiser],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

hierna: [eiser],

advocaat: J. van Weerden,

tegen

STICHTING SCHADEREGELINGSKANTOOR VOOR RECHTSBIJSTANDVERZEKERING,
gevestigd te Zoetermeer,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: SRK,

advocaat: M.S. van der Keur.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de vonnissen in de zaak C/09/481622/HA ZA 15-114 van de rechtbank Den Haag van 22 juni 2016 en 29 maart 2017;

  2. het arrest in de zaak 200.226.243/01 van het gerechtshof Den Haag van 19 februari 2019.

[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

SRK heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor SRK mede door D.M. de Knijff.

De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2 Beoordeling van de middelen

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van SRK begroot op € 2.763,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, T.H. Tanja-van den Broek, H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 30 oktober 2020.