Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige overheidsdaad. Uitlatingen in media en aan derden door provincie over…

Hoge Raad, 13 november 2020

Zaakgegevens

Op 13 november 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13 november 2020
Datum publicatie
12 november 2020
Zaaknummer
19/02441
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
R.T Wiegerink, J.W.H. van Wijk
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:1788
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige overheidsdaad. Uitlatingen in media en aan derden door provincie over (mogelijke) milieuovertredingen van bedrijf. Onrechtmatig jegens bedrijf?

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 19 februari 2019

    ECLI:NL:GHARL:2019:1554
  2. Conclusie A-G · 15 mei 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:583
  3. Hoge Raad · 13 november 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:1788

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/02441

Datum 13 november 2020

ARREST

In de zaak van

1. [eiseres 1] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],

2. [eiseres 2] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],

3. [eiseres 3] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],

4. [eiseres 4] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],

5. [eiseres 5] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],

6. STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR [eiseres 6] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

7. [eiseres 7],

wonende te [woonplaats],

8. de gezamenlijke erfgenamen en rechtsopvolgers onder algemene titel

van [erflater],

- [erfgenaam 1], wonende te [woonplaats],

- [eiseres 7], wonende te [woonplaats],

- [erfgenaam 2], wonende te [woonplaats],

EISERS tot cassatie,

hierna gezamenlijk: [eisers],

advocaat: R.T. Wiegerink,

tegen

PROVINCIE OVERIJSSEL,
zetelende te Zwolle,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: de Provincie,

advocaat: J.W.H. van Wijk.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. het vonnis in de zaak C/08/164811/HA ZA 14-581 van de rechtbank Overijssel van 11 november 2015;

  2. het arrest in de zaak 200.199.291/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 februari 2019.

[eisers] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

De Provincie heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor [eisers] mede door N. van Triet en voor de Provincie mede door M.E.M.G. Peletier.

De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Provincie begroot op € 882,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren G. Snijders, als voorzitter, M.J. Kroeze en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 13 november 2020.