Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Burenrecht. Overbouw; legalisering door vestiging erfdienstbaarheid; art. 5:54 lid 1 BW…
Hoge Raad, 13 november 2020
ECLI:NL:HR:2020:1792 · Hoge Raad · 13 november 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2020-1792
Zaakgegevens
Op 13 november 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 13 november 2020
- Datum publicatie
- 12 november 2020
- Zaaknummer
- 19/04703
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- R.T Wiegerink, M.J. van Basten Batenburg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2020:1792
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Burenrecht. Overbouw; legalisering door vestiging erfdienstbaarheid; art. 5:54 lid 1 BW. Kan de eigenaar die de overbouw tot stand heeft gebracht, kwade trouw of grove schuld in de zin van art. 5:54 lid 3 BW worden verweten?
Procesgang
Uitspraak · 2017
ECLI:NL:RBOBR:2017:6203Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 16 juli 2019
ECLI:NL:GHSHE:2019:2550Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 11 september 2020
ECLI:NL:PHR:2020:893Hoge Raad · 13 november 2020deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2020:1792
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 19/04703
Datum 13 november 2020
ARREST
In de zaak van
1. [eigenaar 1],
wonende te [woonplaats].
2. [eigenaar 2],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [de eigenaars],
advocaat: R.T. Wiegerink,
tegen
[de buurman],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [de buurman],
advocaat: M.J. van Basten Batenburg.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
de vonnissen in de zaak C/01/317026/HA ZA 17-75 van de rechtbank Oost-Brabant van 22 maart 2017 en 15 november 2017;
-
het arrest in de zaak 200.232.882/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 16 juli 2019.
[de eigenaars] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[de buurman] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [de eigenaars] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het beroep;
-
veroordeelt [de eigenaars] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [de buurman] begroot op € 407,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 13 november 2020.