Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Wvggz. Verlening zorgmachtiging. Klachten over de wijze van horen bij de rechtbank in…
Hoge Raad, 27 november 2020
ECLI:NL:HR:2020:1886 · Hoge Raad · 27 november 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2020-1886
Zaakgegevens
Op 27 november 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 27 november 2020
- Datum publicatie
- 26 november 2020
- Zaaknummer
- 20/02152
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- G.E.M. Later
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2020:1886
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Wvggz. Verlening zorgmachtiging. Klachten over de wijze van horen bij de rechtbank in verband met COVID-19 (art. 6:1 Wvggz) en het medisch onderzoek door de onafhankelijke psychiater. Samenhang met zaak 20/01832.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 30 oktober 2020
ECLI:NL:PHR:2020:1036Hoge Raad · 27 november 2020deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2020:1886
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 20/02152
Datum 27 november 2020
BESCHIKKING
In de zaak van
[betrokkene] ,
wonende te [woonplaats] ,
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: betrokkene,
advocaat: G.E.M. Later,
tegen
DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT ROTTERDAM,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de officier van justitie,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/10/594436 / FA RK 20-2398 van de rechtbank Rotterdam van 16 april 2020.
Betrokkene heeft tegen de beschikking van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht.
De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van betrokkene heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, M.J. Kroeze en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 27 november 2020.