Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Wvggz. Zorgmachtiging. Kan ambulante verplichte zorg gecombineerd worden met verplichte…

Hoge Raad, 4 december 2020

Zaakgegevens

Op 4 december 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
4 december 2020
Datum publicatie
3 december 2020
Zaaknummer
20/01922
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
G.E.M. Later
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:1951
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Wvggz. Zorgmachtiging. Kan ambulante verplichte zorg gecombineerd worden met verplichte zorg bestaande in opname in een accommodatie? (HR 25 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1508).

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 21 augustus 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:767
  2. Hoge Raad · 4 december 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:1951

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 20/01922

Datum 4 december 2020

BESCHIKKING

In de zaak van

[betrokkene],
verblijvende te [verblijfplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

hierna: betrokkene,

advocaat: G.E.M. Later,

tegen

DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT OOST-BRABANT,

VERWEERDER in cassatie,

hierna: de officier van justitie,

niet verschenen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/01/356120/ FA RK 20-873 van de rechtbank Oost-Brabant van 25 maart 2020.

Betrokkene heeft tegen de beschikking van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld. De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van betrokkene heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 4 december 2020.