Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Overheidsprivaatrecht. Onrechtmatige overheidsdaad. Opnemen van onjuiste bepaling in…

Hoge Raad, 11 december 2020

Zaakgegevens

Op 11 december 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 december 2020
Datum publicatie
9 december 2020
Zaaknummer
19/02456
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
J.F de Groot, B.I. Kraaipoel
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:1995
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Overheidsprivaatrecht. Onrechtmatige overheidsdaad. Opnemen van onjuiste bepaling in ontwerpbestemmingsplan. Onzorgvuldig en derhalve onrechtmatig? Feitelijk oordeel.

Procesgang

  1. Rechtbank Oost-Brabant · 2 november 2016

    ECLI:NL:RBOBR:2016:6083
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 19 februari 2019

    ECLI:NL:GHSHE:2019:595
  3. Conclusie A-G · 15 mei 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:474
  4. Hoge Raad · 11 december 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:1995

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/02456

Datum 11 december 2020

ARREST

In de zaak van

GEMEENTE GRAVE,
zetelende te Grave,

EISERES tot cassatie,

hierna: de gemeente,

advocaat: J.F. de Groot,

tegen

Remco Cornelis Marinus MICHIELSEN, in zijn hoedanigheid van curator van [de Scheepswerf] B.V.,
wonende te Uden,

VERWEERDER in cassatie,

hierna: de curator,

advocaat: B.I. Kraaipoel.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de vonnissen in de zaak C/01/301709/HA ZA 15-827 van de rechtbank Oost-Brabant van 23 maart 2016 en 2 november 2016;

  2. de arresten in de zaak 200.211.228/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 17 juli 2018 en 19 februari 2019.

De gemeente heeft tegen het arrest van het hof van 19 februari 2019 beroep in cassatie ingesteld.

De curator heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor de gemeente mede door R.R. Oudijk en voor de curator mede door V.G.M. Leferink.

De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van de gemeente heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt de gemeente in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 407,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, T.H. Tanja-van den Broek, F.J.P. Lock en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 11 december 2020.