Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Huwelijksvermogensrecht. Afwikkeling huwelijkse voorwaarden na echtscheiding. Verdeling…

Hoge Raad, 11 december 2020

Zaakgegevens

Op 11 december 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 december 2020
Datum publicatie
9 december 2020
Zaaknummer
20/01253
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
J.C. Zevenberg
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:2001
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Huwelijksvermogensrecht. Afwikkeling huwelijkse voorwaarden na echtscheiding. Verdeling vennootschapsvermogen.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 16 januari 2020

    ECLI:NL:GHSHE:2020:115
  2. Conclusie A-G · 23 oktober 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:988
  3. Hoge Raad · 11 december 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:2001

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 20/01253

Datum 11 december 2020

BESCHIKKING

In de zaak van

[de vrouw],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

hierna: [de vrouw],

advocaat: J.C. Zevenberg,

tegen

[de man],
wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

hierna: [de man],

niet verschenen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de beschikking in de zaak C/01/330263 / FA RK 18-430 van de rechtbank Oost-Brabant van 13 februari 2019;

  2. de beschikking in de zaak 200.259.266/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 16 januari 2020.

[de vrouw] heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

[de man] heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [de vrouw] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 11 december 2020.