Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomstenrecht. Opschorting betalingsverplichting. Niet-nakoming verbintenis…

Hoge Raad, 18 december 2020

Zaakgegevens

Op 18 december 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18 december 2020
Datum publicatie
17 december 2020
Zaaknummer
19/05700
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
H.J.W. Alt
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:2084
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomstenrecht. Opschorting betalingsverplichting. Niet-nakoming verbintenis wederpartij? Opeisbaarheid? Art. 6:52 BW.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 17 september 2019

    ECLI:NL:GHARL:2019:7567
  2. Conclusie A-G · 9 oktober 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:1056
  3. Hoge Raad · 18 december 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:2084

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/05700

Datum 18 december 2020

ARREST

In de zaak van

[eiseres] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],

EISERES tot cassatie,

hierna: [eiseres],

advocaat: H.J.W. Alt,

tegen

EEN VEILIG GEVOEL B.V.,
gevestigd te Hendrik Ido Ambacht,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: EVG,

niet verschenen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de vonnissen in de zaak 5921194 \ CV EXPL 17-6455 \ 693 \ 456 van de kantonrechter te Arnhem van 15 maart 2017, 26 april 2017 en 20 december 2017;

  2. de arresten in de zaak 200.231.636 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 27 februari 2018 en 17 september 2019.

[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof van 17 september 2019 beroep in cassatie ingesteld.

Tegen EVG is verstek verleend.

De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van EVG begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 18 december 2020.