Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige overheidsdaad. Intrekking btw-identificatienummer door Belastingdienst…

Hoge Raad, 18 december 2020

Zaakgegevens

Op 18 december 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18 december 2020
Datum publicatie
17 december 2020
Zaaknummer
19/03086
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
Y.E.J. Geradts
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:2086
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige overheidsdaad. Intrekking btw-identificatienummer door Belastingdienst. Onrechtmatigheid? Schuld?

Procesgang

  1. Uitspraak · 2019

    ECLI:NL:GHSHE:2019:1463
  2. Conclusie A-G · 11 september 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:798
  3. Hoge Raad · 18 december 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:2086

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/03086

Datum 18 december 2020

ARREST

In de zaak van

ESP CONSULTANCY B.V.,
gevestigd te Veenendaal,

EISERES tot cassatie,

hierna: ESP,

advocaat: Y.E.J. Geradts,

tegen

1. DE STAAT DER NEDERLANDEN (het Ministerie van Financiën, Directoraat-Generaal Belastingdienst),
zetelende te Den Haag,

2. ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST ZUIDWEST, KANTOOR BREDA,
gevestigd te Breda,

VERWEERDERS in cassatie,

hierna gezamenlijk: de Staat c.s.,

advocaten: J.W.H. van Wijk en G.C. Nieuwland.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de vonnissen in de zaak C/02/313533/HA ZA 16-207 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 22 juni 2016 en 1 februari 2017;

  2. het arrest in de zaak 200.216.240/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 16 april 2019.

ESP heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

De Staat c.s. hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van ESP heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt ESP in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat c.s. begroot op € 882,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien ESP deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.H. Sieburgh en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 18 december 2020.