Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Onteigeningsrecht. Doel van onteigening. Bijkomend aanbod. Termijn voor aanvaarding.

Hoge Raad, 7 februari 2020

Zaakgegevens

Op 7 februari 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
7 februari 2020
Datum publicatie
6 februari 2020
Zaaknummer
19/01446
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
J.P van den Berg, M.W. Scheltema
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:211
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Onteigeningsrecht. Doel van onteigening. Bijkomend aanbod. Termijn voor aanvaarding.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 11 oktober 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:1053
  2. Hoge Raad · 7 februari 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:211

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/01446

Datum 7 februari 2020

ARREST

In de zaak van

1. [eiseres 1] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],

2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats],

3. [eiseres 3] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],

EISERESSEN tot cassatie,

hierna gezamenlijk: [eisers],

advocaat: J.P. van den Berg,

tegen

PROVINCIE NOORD-HOLLAND,

zetelende te Haarlem,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: de Provincie,

advocaat: M.W. Scheltema.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar het vonnis in de zaak C/16/459617/HL ZA 18-18 van de rechtbank Midden-Nederland van 20 februari 2019.

[eisers] hebben tegen het vonnis beroep in cassatie ingesteld. De Provincie heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor de Provincie toegelicht door haar advocaat en mede door S.J.M. Bouwman.

De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van de Provincie heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het vonnis van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat vonnis. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Provincie begroot op € 882,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren M.V. Polak, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 7 februari 2020.