Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. IPR. Internationale bevoegdheid. Rechtskeuze voor Iraakse rechter. Forum necessitatis; is…

Hoge Raad, 14 februari 2020

Zaakgegevens

Op 14 februari 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14 februari 2020
Datum publicatie
13 februari 2020
Zaaknummer
18/04044
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
T. van Malssen
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:259
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. IPR. Internationale bevoegdheid. Rechtskeuze voor Iraakse rechter. Forum necessitatis; is het voeren van een gerechtelijke procedure in Irak onmogelijk (art. 9 onder b Rv), of is het onaanvaardbaar dat van eiser te vergen? (art. 9 onder c Rv).

Procesgang

  1. Uitspraak · 2018

    ECLI:NL:GHARL:2018:8748
  2. Conclusie A-G · 25 oktober 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:1076
  3. Hoge Raad · 14 februari 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:259

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 18/04044

Datum 14 februari 2020

ARREST

In de zaak van

[eiser], tevens handelend onder de naam [eiser],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

hierna: [eiser],

advocaat: T. van Malssen,

tegen

DE REPUBLIEK IRAK,
zetelende te Bagdad, Irak,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: Republiek Irak,

niet verschenen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. het vonnis in de zaak C/05/312594/HA ZA 16-630/57/512 van de rechtbank Gelderland van 1 februari 2017;

  2. het arrest in de zaak 200.220.438 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 augustus 2018.

[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

Tegen Republiek Irak is verstek verleend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Republiek Irak begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 14 februari 2020.