Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Herverkaveling; Wet inrichting landelijk gebied (Wilg). Verwijzing naar HR 6 maart 2020…
Hoge Raad, 6 maart 2020
ECLI:NL:HR:2020:388 · Hoge Raad · 6 maart 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2020-388
Zaakgegevens
Op 6 maart 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 6 maart 2020
- Datum publicatie
- 5 maart 2020
- Zaaknummer
- 19/00484
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- J.A.M.A Sluysmans, M.W Scheltema
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2020:388
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Herverkaveling; Wet inrichting landelijk gebied (Wilg). Verwijzing naar HR 6 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:382 (zaak nr. 19/01323).
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 1 november 2019
ECLI:NL:PHR:2019:1148Hoge Raad · 6 maart 2020deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2020:388
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 19/00484
Datum 6 maart 2020
BESCHIKKING
In de zaak van
[de Eigenaar],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: [de Eigenaar],
advocaat: J.A.M.A. Sluysmans,
tegen
1. UITVOERINGSCOMMISSIE ENSCHEDE-ZUID,
zetelende te Zwolle,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de Uitvoeringscommissie,
advocaat: M.W. Scheltema,
2. DE STAAT DER NEDERLANDEN, RIJKSWATERSTAAT OOST-NEDERLAND,
zetelende te ’s-Gravenhage,
3. [betrokkene 1],
wonende te [woonplaats],
BELANGHEBBENDEN in cassatie,
hierna gezamenlijk: de Staat c.s.,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/08/212749/HA RK 18-14 van de rechtbank Overijssel van 19 november 2018.
[de Eigenaar] heeft tegen de beschikking van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De Uitvoeringscommissie heeft verzocht het beroep te verwerpen. De Staat c.s. hebben geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [de Eigenaar] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Ten aanzien van de klacht van onderdeel I van het middel over de betekenis van de indeling van gronden in bodemgeschiktheidsklassen voor de waardering van die gronden in het kader van de lijst der geldelijke regelingen, verwijst de Hoge Raad naar hetgeen hij heeft overwogen in de rov. 3.2.1-3.2.7 van de vandaag uitgesproken beschikking in de zaak met nummer 19/01323.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [de Eigenaar] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Uitvoeringscommissie begroot op € 879,07 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris en aan de zijde van de Staat c.s. begroot op nihil.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 6 maart 2020.