Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Rechtspersonenrecht. Burenrecht. Onrechtmatige daad. Art. 5:37 BW en art. 5:50 BW. Hinder…

Hoge Raad, 20 maart 2020

Zaakgegevens

Op 20 maart 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20 maart 2020
Datum publicatie
19 maart 2020
Zaaknummer
18/05126
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
J.P van den Berg, J. de Bie Leuveling Tjeenk
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:477
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Rechtspersonenrecht. Burenrecht. Onrechtmatige daad. Art. 5:37 BW en art. 5:50 BW. Hinder. Betekenis bestemmingsplan. Bevel tot sloop met boete op grond van boetebepaling in statuten. Nietigheid Huishoudelijk reglement. Devolutieve werking hoger beroep.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2018

    ECLI:NL:GHAMS:2018:3445
  2. Conclusie A-G · 22 november 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:1372
  3. Hoge Raad · 20 maart 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:477

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 18/05126

Datum 20 maart 2020

ARREST

In de zaak van

[eiseres],
wonende te [woonplaats],

EISERES tot cassatie,

hierna: [eiseres],

advocaat: J.P. van den Berg,

tegen

1. DE VERENIGING TOT INSTANDHOUDING VAN HET PROJECT [a-straat], gevestigd te [vestigingsplaats],

2. [verweerder 2], wonende te [woonplaats],

3. [verweerder 3], wonende te [woonplaats],

4. [verweerder 4], wonende te [woonplaats],

5. [verweerder 5], wonende te [woonplaats],

6. [verweerder 6], wonende te [woonplaats],

7. [verweerder 7], wonende te [woonplaats],

8. [verweerder 8], wonende te [woonplaats],

9. [verweerder 9], wonende te [woonplaats],

10. [verweerder 10], wonende te [woonplaats],

11. [verweerder 11], wonende te [woonplaats],

VERWEERDERS in cassatie,

hierna gezamenlijk: de Vereniging c.s.,

advocaat: J. de Bie Leuveling Tjeenk.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de vonnissen in de zaak C/15/242082 / HA ZA 16-261 van de rechtbank Noord-Holland van 6 juli 2016 en 8 maart 2017;

  2. het arrest in de zaak 200.214.593/01 van het gerechtshof Amsterdam van 11 september 2018.

[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

De Vereniging c.s. hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor de Vereniging c.s. mede door I.L.N. Timp.

De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Vereniging c.s. begroot op € 865,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 20 maart 2020.