Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Burenrecht. Onrechtmatige daad; art. 6:162 BW. Verankering uitbouw woning in muur buurhuis…
Hoge Raad, 3 april 2020
ECLI:NL:HR:2020:591 · Hoge Raad · 3 april 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2020-591
Zaakgegevens
Op 3 april 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 3 april 2020
- Datum publicatie
- 2 april 2020
- Zaaknummer
- 19/00998
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- R.D Boesveld, K. Aantjes
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2020:591
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Burenrecht. Onrechtmatige daad; art. 6:162 BW. Verankering uitbouw woning in muur buurhuis. Erfdienstbaarheid tot inankering? Uitleg akten. Bij herbouw tot woning buren in acht te nemen afstand van perceelsgrens; art. 5:56 BW; betekenis bestemmingsplan en omgevingsvergunning.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 27 november 2018
ECLI:NL:GHARL:2018:10306Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 24 januari 2020
ECLI:NL:PHR:2020:57Hoge Raad · 3 april 2020deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2020:591
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 19/00998
Datum 3 april 2020
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: R.D. Boesveld,
tegen
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder],
advocaat: K. Aantjes.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
de vonnissen in de zaak C/16/373612/ HL ZA 14-217 van de rechtbank Midden-Nederland van 8 april 2015 en 6 april 2016;
-
de arresten in de zaak 200.194.527/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 6 februari 2018 en 27 november 2018.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 27 november 2018 beroep in cassatie ingesteld.
[verweerder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het beroep;
-
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 407,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 3 april 2020.