Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomst van opdracht. Motiveringsklachten over oordeel dat onvoldoende aannemelijk is…

Hoge Raad, 24 april 2020

Zaakgegevens

Op 24 april 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24 april 2020
Datum publicatie
23 april 2020
Zaaknummer
18/05511
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
B.T.M van der Wiel, D.M. de Knijff
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:807
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomst van opdracht. Motiveringsklachten over oordeel dat onvoldoende aannemelijk is dat instorten van silo is veroorzaakt door het bezwijken van de bevestiging van de mixer. Waardering deskundigenbericht. Ruimte voor toepassing van proportionele aansprakelijkheid?

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 25 september 2018

    ECLI:NL:GHSHE:2018:3958
  2. Conclusie A-G · 29 november 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:1382
  3. Hoge Raad · 24 april 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:807

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 18/05511

Datum 24 april 2020

ARREST

In de zaak van

1. [eiseres 1] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2. [eiseres 2] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,

EISERESSEN tot cassatie,

hierna gezamenlijk in enkelvoud: [eiseressen] ,

advocaat: B.T.M. van der Wiel,

tegen

[verweerster] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: [verweerster] ,

advocaat: D.M. de Knijff.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de vonnissen in de zaak C/01/243531/HA ZA 12-180 van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 23 mei 2012 en van de rechtbank Oost-Brabant van 28 augustus 2013, 18 september 2013, 11 februari 2015, 11 maart 2015 en 1 juni 2016;

  2. het arrest in de zaak 200.201.913/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 25 september 2018.

Wopereis heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

[verweerster] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor [eiseressen] mede door L.V. van Gardingen en J.H.G. Hordijk, en voor [verweerster] mede door M. den Besten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eiseressen] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt [eiseressen] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 6.662,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 24 april 2020.