Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Goederenrecht. Erfdienstbaarheid van overpad (over steegje buurperceel). Verkrijging door…

Hoge Raad, 15 mei 2020

Zaakgegevens

Op 15 mei 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15 mei 2020
Datum publicatie
14 mei 2020
Zaaknummer
19/00926
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
J.H.M van Swaaij, H.J.W. Alt
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:876
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Goederenrecht. Erfdienstbaarheid van overpad (over steegje buurperceel). Verkrijging door verjaring op grond van art. 3:105 BW in verbinding met art. 3:306 BW? Bezit? Bezitsdaden? Behelst art. 3:119 lid 2 BW een uitzondering op art. 3:109 BW?

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 20 november 2018

    ECLI:NL:GHARL:2018:10140
  2. Conclusie A-G · 10 januari 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:19
  3. Hoge Raad · 15 mei 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:876

    Conclusie gevolgd · Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/00926

Datum 15 mei 2020

ARREST

In de zaak van

[eiser],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

hierna: [eiser],

advocaat: J.H.M. van Swaaij,

tegen

1. [verweerder 1],

2. [verweerster 2],
beiden wonende te [woonplaats],

VERWEERDERS in cassatie,

hierna gezamenlijk: [verweerders],

advocaat: H.J.W. Alt.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de vonnissen in de zaak C/05/235825/HA ZA 12-779 van de rechtbank Oost-Nederland van 9 januari 2013 en 13 maart 2013 en van de rechtbank Gelderland van 12 februari 2014;

  2. de arresten in de zaak 200.152.155 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 27 januari 2015 en 20 november 2018.

[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 20 november 2018 beroep in cassatie ingesteld.

[verweerders] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor [verweerders] toegelicht door hun advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 407,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, M.V. Polak, M.J. Kroeze en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 15 mei 2020.