Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Faillissementsrecht. Faillietverklaring. Betwisting vordering aanvrager o.g.v. beroep op…

Hoge Raad, 29 mei 2020

Zaakgegevens

Op 29 mei 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
29 mei 2020
Datum publicatie
28 mei 2020
Zaaknummer
19/02413
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
K Aantjes, T.T. van Zanten
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:959
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Faillissementsrecht. Faillietverklaring. Betwisting vordering aanvrager o.g.v. beroep op verjaring. Hof oordeelt beroep op verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 20 december 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:1353
  2. Uitspraak · 2019

    ECLI:NL:GHARL:2019:4064
  3. Hoge Raad · 29 mei 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:959

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/02413

Datum 29 mei 2020

ARREST

In de zaak van

[verzoekster] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,

VERZOEKSTER tot cassatie,

hierna: [verzoekster] ,

advocaat: K. Aantjes,

tegen

1. Hans Carel Marcar HENDRIKS, en

2. 2. Hendrik Arend LANTING, beiden in hun hoedanigheid van

3. curator in de faillissementen van:

4. (I.) [A] Holding B.V.,

(II.) [B] B.V.,

(III.) [C] B.V.,

(IV.) [D] B.V.,

(V.) [E] Holding B.V.,

(VI.) [F] B.V.,

(VII.) [G] B.V.,

(VIII.) [H] Holding B.V. en

(IX.) [I] Holding B.V.

(hierna: de vennootschappen I tot en met IX),
beiden kantoorhoudende te Utrecht,

5.

VERWEERDERS in cassatie,

hierna: de curatoren,

advocaat: T.T. van Zanten.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. het vonnis in de zaak C/16/19/204 F van de Rechtbank Midden-Nederland van 16 april 2019;

  2. het arrest in de zaak 200.258.265 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 9 mei 2019.

[verzoekster] heeft tegen het arrest beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De curatoren hebben verzocht het beroep te verwerpen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [verzoekster] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer G. Snijders als voorzitter en de raadsheren M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 29 mei 2020.