Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Verzekeringsrecht. Weigering uitkering onder aansprakelijkheidsverzekering. Verzekerde is…
Hoge Raad, 25 juni 2021
ECLI:NL:HR:2021:1000 · Hoge Raad · 25 juni 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2021-1000
Zaakgegevens
Op 25 juni 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 juni 2021
- Datum publicatie
- 24 juni 2021
- Zaaknummer
- 20/00932
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- R.L.M.M. Tan
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2021:1000
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Verzekeringsrecht. Weigering uitkering onder aansprakelijkheidsverzekering. Verzekerde is in rechte aansprakelijk geoordeeld voor omkoping.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 10 december 2019
ECLI:NL:GHDHA:2019:3249Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 29 januari 2021
ECLI:NL:PHR:2021:69Hoge Raad · 25 juni 2021deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2021:1000
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 20/00932
Datum 25 juni 2021
ARREST
In de zaak van
1. SEATRADE GROUP N.V.,
gevestigd te Curaçao,
2. SEATRADE REEFER CHARTERING N.V.,
gevestigd te Curaçao,
3. SEATRADE HOLDING B.V.,
gevestigd te Groningen,
4. SEATRADE GRONINGEN B.V.,
gevestigd te Groningen,
EISERESSEN tot cassatie, verweersters in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
hierna gezamenlijk: Seatrade c.s.,
advocaat: R.L.M.M. Tan,
tegen
1. MS AMLIN INSURANCE S.E.,
gevestigd te Brussel, België,
2. NATIONALE-NEDERLANDEN SCHADEVERZEKERING MAATSCHAPPIJ N.V., als rechtsopvolgster van DELTA LLOYD SCHADEVERZEKERING N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
3. VIVAT SCHADEVERZEKERINGEN N.V., voorheen genaamd REAAL SCHADEVERZEKERING N.V,
gevestigd te Amstelveen,
4. BALOISE BELGIUM N.V.,
gevestigd te Antwerpen, België,
5. ALLIANZ BENELUX N.V.,
gevestigd te Brussel, België,
6. NATIONALE-NEDERLANDEN SCHADEVERZEKERING MAATSCHAPPIJ N.V, als rechtsopvolgster van DELTA LLOYD SCHADEVERZEKERING N.V., die op haar beurt rechtsopvolgster was van O.W.J. SCHLENCKER ASSURADEUREN B.V., in hoedanigheid van gevolmachtigde van bepaalde partijen,
gevestigd te Amsterdam,
7. ANSVAR VERZEKERINGSMAATSCHAPPIJ N.V,
gevestigd te Amsterdam,
8. HDI GLOBAL S.E.,
gevestigd te Hannover, Duitsland,
9. AIG EUROPE S.A.,
gevestigd te Luxemburg, Luxemburg,
voorheen genaamd AIG EUROPE LIMITED, en toen gevestigd te Londen, Groot-Brittannië,
10. N.V. SCHADEVERZEKERINGSMAATSCHAPPIJ MAAS LLOYD,
gevestigd te Rotterdam,
VERWEERSTERS in cassatie, eiseressen in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
hierna: de verzekeraars,
advocaten: B.T.M. van der Wiel en L.V. van Gardingen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
de vonnissen in de zaak C/10/244632 / HA ZA 05-2368 van de rechtbank Rotterdam van 13 januari 2010 en 2 december 2015;
-
het arrest in de zaak 200.190.739/02 van het gerechtshof Den Haag van 10 december 2019.
Seatrade c.s. hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De verzekeraars hebben een verweerschrift ingediend tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep dat gericht is tegen verweersters onder 3, 6, 8, en 10, en tot verwerping voor het overige. De verzekeraars hebben tevens voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Seatrade c.s. hebben in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor de verzekeraars mede door M.E.B. de Gans.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt in het principaal cassatieberoep tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep tegen verweerster onder 3 en tot verwerping van het beroep tegen verweersters onder 1, 2 en 4 tot en met 10. De conclusie in het incidentele cassatieberoep strekt tot verwerping.
De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel in het principale beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het principale beroep;
-
veroordeelt Seatrade c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de verzekeraars begroot op € 6.968,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Seatrade c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 25 juni 2021.