Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Energierecht. Onrechtmatige daad. Netbeheerder wijst verzoek om verzwaarde aansluiting af…
Hoge Raad, 9 juli 2021
ECLI:NL:HR:2021:1096 · Hoge Raad · 9 juli 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2021-1096
Zaakgegevens
Op 9 juli 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 juli 2021
- Datum publicatie
- 8 juli 2021
- Zaaknummer
- 20/01410
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- B.T.M van der Wiel, D. Rijpma
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2021:1096
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Energierecht. Onrechtmatige daad. Netbeheerder wijst verzoek om verzwaarde aansluiting af wegens ontbreken capaciteit (art. 24 lid 2 Elektriciteitswet 1998). Ex tunc-beoordeling van 'contractuele congestie'. Discriminatieverbod van art. 24 lid 3 Elektriciteitswet 1998.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 25 februari 2020
ECLI:NL:GHARL:2020:1663Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 12 februari 2021
ECLI:NL:PHR:2021:134Hoge Raad · 9 juli 2021deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2021:1096
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 20/01410
Datum 9 juli 2021
ARREST
In de zaak van
LIANDER N.V.,
gevestigd te Arnhem,
EISERES tot cassatie,
hierna: Liander,
advocaat: B.T.M. van der Wiel,
tegen
SCHENKEVELD EXPLOITATIE PRIMA 4A B.V.,
gevestigd te Den Hoorn, gemeente Midden-Delfland,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Schenkeveld,
advocaat: D. Rijpma.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
het vonnis in de zaak C/05/350427 / KG ZA 19-90 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Gelderland van 16 april 2019;
-
de arresten in de zaak 200.259.568 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 oktober 2019 en 25 februari 2020.
Liander heeft tegen het arrest van het hof van 25 februari 2020 beroep in cassatie ingesteld.
Schenkeveld heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor Liander mede door T. van Tatenhove en S.H.J. Hogendoorn en voor Schenkeveld mede door M.R. het Lam.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Liander heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het beroep;
-
veroordeelt Liander in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Schenkeveld begroot op € 902,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Liander deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de president G. de Groot als voorzitter, de vicepresident M.V. Polak en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, M.J. Kroeze en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 9 juli 2021.