Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Kort geding. Verzekeringsrecht. Dekking onder first excess-verzekering door uitputting van…
Hoge Raad, 17 september 2021
ECLI:NL:HR:2021:1268 · Hoge Raad · 17 september 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2021-1268
Zaakgegevens
Op 17 september 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 september 2021
- Datum publicatie
- 16 september 2021
- Zaaknummer
- 20/01565
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- F.E. Vermeulen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2021:1268
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Kort geding. Verzekeringsrecht. Dekking onder first excess-verzekering door uitputting van primaire verzekering?
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 17 maart 2020
ECLI:NL:GHAMS:2020:802Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 4 juni 2021
ECLI:NL:PHR:2021:554Hoge Raad · 17 september 2021deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2021:1268
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 20/01565
Datum 17 september 2021
ARREST
In de zaak van
1. [commissaris 1],
wonende te [woonplaats],
2. [commissaris 2],
wonende te [woonplaats],
3. [commissaris 3],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie, verweerders in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
hierna: de commissarissen,
advocaat: F.E. Vermeulen,
tegen
CNA INSURANCE COMPANY EUROPE S.A.,
gevestigd te Luxemburg, kantoorhoudende te Hoofddorp,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
hierna: CNA,
advocaten: J.W.H. van Wijk en G.C. Nieuwland.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
het vonnis in de zaak C/15/292189 / KG ZA 19-565 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Noord-Holland van 9 september 2019, hersteld bij vonnis van 3 oktober 2019;
-
het arrest in de zaak 200.267.493/01 SKG van het gerechtshof Amsterdam van 17 maart 2020.
De commissarissen hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. CNA heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor de commissarissen mede door D.J. Verheij.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.
De advocaat van de commissarissen heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel in het principale beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het principale beroep;
-
veroordeelt de commissarissen in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van CNA begroot op € 2.830,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de commissarissen deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren M.J. Kroeze, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 17 september 2021.