Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. WSNP. Verzoek tot toelating na aanvraag faillissement. Stuk dat bekend wordt tijdens…
Hoge Raad, 17 september 2021
ECLI:NL:HR:2021:1270 · Hoge Raad · 17 september 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2021-1270
Zaakgegevens
Op 17 september 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 september 2021
- Datum publicatie
- 16 september 2021
- Zaaknummer
- 21/01476
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- J. van Weerden.
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2021:1270
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. WSNP. Verzoek tot toelating na aanvraag faillissement. Stuk dat bekend wordt tijdens mondelinge behandeling in hoger beroep; leespauze; hoor-en-wederhoor; art. 6 EVRM en art. 19 Rv. Ontvankelijkheid van het verzoek, ontbreken deugdelijk overzicht schulden, art. 285 Fw.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 25 maart 2021
ECLI:NL:GHSHE:2021:941Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 2 juli 2021
ECLI:NL:PHR:2021:743Hoge Raad · 17 september 2021deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2021:1270
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 21/01476
Datum 17 september 2021
ARREST
In de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: [verzoeker],
advocaat: J. van Weerden.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
het vonnis in de zaak C/01/364496/FT RK 20/639 van de rechtbank Oost-Brabant van 10 december 2020;
-
het arrest in de zaak 200.287.412/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 25 maart 2021.
[verzoeker] heeft tegen het arrest beroep in cassatie ingesteld.
De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoeker] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, M.J. Kroeze en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 17 september 2021.