Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Vermogensrecht. Motiveringsklachten tegen oordeel hof dat medewerker niet…

Hoge Raad, 24 september 2021

Zaakgegevens

Op 24 september 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24 september 2021
Datum publicatie
23 september 2021
Zaaknummer
20/01944
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
J.P van den Berg, S.M. Kingma
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:1343
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Vermogensrecht. Motiveringsklachten tegen oordeel hof dat medewerker niet vertegenwoordigingsbevoegd was en dat niet de schijn is gewekt dat hem volmacht was verleend.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2020

    ECLI:NL:GHAMS:2020:1258
  2. Conclusie A-G · 4 juni 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:588
  3. Hoge Raad · 24 september 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:1343

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 20/01944

Datum 24 september 2021

ARREST

In de zaak van

[eiser],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

hierna: [eiser],

advocaat: J.P. van den Berg,

tegen

STICHTING EVEAN ZORG,
gevestigd te Purmerend,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: Evean,

advocaat: S.M. Kingma.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de vonnissen in de zaak C/15/267406 / HA ZA 17-839 van de rechtbank Noord-Holland van 31 januari 2018 en 19 september 2018;

  2. het arrest in de zaak 200.251.665/01 van het gerechtshof Amsterdam van 31 maart 2020.

[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

Evean heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor Evean toegelicht door haar advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Evean begroot op € 902,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.J.P. Lock, als voorzitter, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 24 september 2021.