Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Vermogensrecht. Testament. Onterving. Nietigheid ingevolge art. 3:34 BW? Reageren op…

Hoge Raad, 24 september 2021

Zaakgegevens

Op 24 september 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24 september 2021
Datum publicatie
23 september 2021
Zaaknummer
20/01375
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
J van Weerden, M.E. Bruning
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:1345
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Vermogensrecht. Testament. Onterving. Nietigheid ingevolge art. 3:34 BW? Reageren op producties? Passeren essentiële stellingen en bewijsaanbod? Bewijswaardering.

Procesgang

  1. Rechtbank Midden-Nederland · 18 juni 2014

    ECLI:NL:RBMNE:2014:2852
  2. Gerechtshof Amsterdam · 9 mei 2017

    ECLI:NL:GHAMS:2017:1749
  3. Gerechtshof Amsterdam · 31 oktober 2017

    ECLI:NL:GHAMS:2017:4441
  4. Gerechtshof Amsterdam · 12 juni 2018

    ECLI:NL:GHAMS:2018:1960
  5. Gerechtshof Amsterdam · 14 januari 2020

    ECLI:NL:GHAMS:2020:92
  6. Conclusie A-G · 5 maart 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:217
  7. Hoge Raad · 24 september 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:1345

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 20/01375

Datum 24 september 2021

ARREST

In de zaak van

1. [eiser 1],
wonende te [woonplaats],

2. [eiseres 2],
wonende te [woonplaats],

EISERS tot cassatie,

hierna gezamenlijk: [eisers],

advocaat: J. van Weerden,

tegen

1. [verweerster 1],
wonende te Zwitserland,

2. Johannes Cornelis Jacobus SMALLENBROEK, in zijn hoedanigheid van executeur/afwikkelingsbewindvoerder van de nalatenschap van [erflaatster],
kantoorhoudende te Leiderdorp,

VERWEERDERS in cassatie,

hierna: [verweerster 1] en de executeur,

advocaat: M.E. Bruning.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de vonnissen in de zaak C/16/335042 / HA ZA 13-33 van de rechtbank Midden-Nederland van 13 maart 2013, 26 juni 2013 en 18 juni 2014;

  2. de arresten in de zaak 200.166.688/01 van het gerechtshof Amsterdam van 9 mei 2017, 31 oktober 2017, 12 juni 2018 en 14 januari 2020.

[eisers] hebben tegen de arresten van het hof van 9 mei 2017, 12 juni 2018 en 14 januari 2020 beroep in cassatie ingesteld.

[verweerster 1] en de executeur hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor [verweerster 1] en de executeur toegelicht door hun advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.H. Sieburgh en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 24 september 2021.