Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Exploitatieovereenkomst tankstation. Uitleg overeenkomst. Samenhang met…
Hoge Raad, 29 januari 2021
ECLI:NL:HR:2021:144 · Hoge Raad · 29 januari 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2021-144
Zaakgegevens
Op 29 januari 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 29 januari 2021
- Datum publicatie
- 28 januari 2021
- Zaaknummer
- 19/03722
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- E.F.A Linssen-van Rossum, F.E. Vermeulen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2021:144
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Exploitatieovereenkomst tankstation. Uitleg overeenkomst. Samenhang met zaak 19/05141.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 7 mei 2019
ECLI:NL:GHDHA:2019:1526Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 6 november 2020
ECLI:NL:PHR:2020:1065Hoge Raad · 29 januari 2021deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2021:144
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 19/03722
Datum 29 januari 2021
ARREST
In de zaak van
DE PAAL WILP B.V.,
gevestigd te Wilp,
EISERES tot cassatie,
hierna: DPW,
advocaat: E.F.A. Linssen-van Rossum,
tegen
TOTAL NEDERLAND N.V.,
gevestigd te Den Haag,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Total,
advocaat: F.E. Vermeulen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
de vonnissen in de zaak 2496276 / RL EXPL 13-33606 van de kantonrechter te Den Haag van 26 augustus 2014 en 18 september 2017;
-
het arrest in de zaak 200.225.993/01 van het gerechtshof Den Haag van 7 mei 2019.
DPW heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Total heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor Total mede door J.M.C. Dorrepaal.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van DPW heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het beroep;
-
veroordeelt DPW in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Total begroot op € 882,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.H. Sieburgh en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 29 januari 2021.