Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige daad. Aansprakelijkheid van gemeente voor letselschade veroorzaakt door…

Hoge Raad, 19 november 2021

Zaakgegevens

Op 19 november 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19 november 2021
Datum publicatie
18 november 2021
Zaaknummer
20/02265
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
B.T.M van der Wiel, A.H. Vermeulen
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:1722
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige daad. Aansprakelijkheid van gemeente voor letselschade veroorzaakt door afgebroken boomtak?

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 28 april 2020

    ECLI:NL:GHARL:2020:3428
  2. Conclusie A-G · 28 mei 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:559
  3. Hoge Raad · 19 november 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:1722

    Conclusie gevolgd · Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 20/02265

Datum 19 november 2021

ARREST

In de zaak van

GEMEENTE ZUTPHEN,
zetelende te Zutphen,

EISERES tot cassatie,

hierna: de Gemeente,

advocaat: B.T.M. van der Wiel, aanvankelijk ook P.A. Fruytier,

tegen

[verweerster],
wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: [verweerster],

advocaat: A.H. Vermeulen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. het vonnis in de zaak NL18.10401 van de rechtbank Gelderland van 4 januari 2019;

  2. het arrest in de zaak 200.257.252 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 april 2020.

De Gemeente heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

[verweerster] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor de Gemeente mede door T. van Tatenhove.

De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van de Gemeente heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt de Gemeente in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 415,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 19 november 2021.