Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Verwijzingsprocedure na HR 6 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2563. Vordering onrechtmatige…
Hoge Raad, 3 december 2021
ECLI:NL:HR:2021:1807 · Hoge Raad · 3 december 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2021-1807
Zaakgegevens
Op 3 december 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 3 december 2021
- Datum publicatie
- 2 december 2021
- Zaaknummer
- 20/01849
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- J den Hoed, J.F. de Groot
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2021:1807
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Verwijzingsprocedure na HR 6 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2563. Vordering onrechtmatige daad tegen gemeente i.v.m. wegbestemmen woning.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 9 juli 2019
ECLI:NL:GHSHE:2019:2384Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 17 maart 2020
ECLI:NL:GHSHE:2020:977Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 17 september 2021
ECLI:NL:PHR:2021:840Hoge Raad · 3 december 2021deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2021:1807
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 20/01849
Datum 3 december 2021
ARREST
In de zaak van
1. [eiseres 1],
2. [eiser 2],
3. [eiseres 3],
4. [eiseres 4],
5. [eiser 5],
6. [eiseres 6],
allen wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie, verweerders in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
hierna gezamenlijk: [eisers],
advocaat: J. den Hoed,
tegen
GEMEENTE BORNE,
zetelende te Borne,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
hierna: de Gemeente,
advocaat: J.F. de Groot.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar:
-
zijn arrest van 6 oktober 2017 in de zaak 16/02508, ECLI:NL:HR:2017:2563;
-
de arresten in de zaak 200.231.394/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 27 maart 2018, 9 juli 2019 en 17 maart 2020.
[eisers] hebben beroep in cassatie ingesteld tegen de arresten van 9 juli 2019 en 17 maart 2020.
De Gemeente heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor de Gemeente mede door R.G. Bloemberg.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het principaal cassatieberoep.
De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel in het principale beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van de arresten van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het principale beroep;
-
veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 902,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 3 december 2021.