Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Financieel recht. Aansprakelijkheid bank voor wijze waarop zij optieposities van cliënt…
Hoge Raad, 3 december 2021
ECLI:NL:HR:2021:1808 · Hoge Raad · 3 december 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2021-1808
Zaakgegevens
Op 3 december 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 3 december 2021
- Datum publicatie
- 2 december 2021
- Zaaknummer
- 20/02468
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- J.H.M. van Swaaij.
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2021:1808
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Financieel recht. Aansprakelijkheid bank voor wijze waarop zij optieposities van cliënt heeft geliquideerd.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 12 mei 2020
ECLI:NL:GHAMS:2020:1343Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 18 juni 2021
ECLI:NL:PHR:2021:630Hoge Raad · 3 december 2021deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2021:1808
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 20/02468
Datum 3 december 2021
ARREST
In de zaak van
BINCKBANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
hierna: BinckBank,
advocaten: F.E. Vermeulen en B.F.L.M. Schim,
tegen
BELEGGINGSVERENIGING FIBONACCI,
gevestigd te Leiden,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
hierna: Fibonacci,
advocaat: J.H.M. van Swaaij.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
de vonnissen in de zaak C/13/607280 / HA ZA 16-455 van de rechtbank Amsterdam van 7 september 2016 en 17 mei 2017;
-
het arrest in de zaak 200.222.013/01 van het gerechtshof Amsterdam van 12 mei 2020.
BinckBank heeft tegen het arrest van het hof van 12 mei 2020 beroep in cassatie ingesteld.
Fibonacci heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor BinckBank mede door N. Minkjan en voor Fibonacci mede door J.M. Moorman.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.
De advocaten van BinckBank hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel in het principale beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het principale beroep;
-
veroordeelt BinckBank in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Fibonacci begroot op € 902,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren M.J. Kroeze en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 3 december 2021.