Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Huur bedrijfsruimte. Gebruik van het gehuurde in strijd met de overeengekomen…

Hoge Raad, 5 februari 2021

Zaakgegevens

Op 5 februari 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
5 februari 2021
Datum publicatie
4 februari 2021
Zaaknummer
19/03963
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
aanvankelijk M.E.M.G Peletier, B.T.M. van der Wiel
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:182
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Huur bedrijfsruimte. Gebruik van het gehuurde in strijd met de overeengekomen bestemming? Uitleg huurovereenkomst.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 28 mei 2019

    ECLI:NL:GHAMS:2019:1917
  2. Conclusie A-G · 30 oktober 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:1016
  3. Hoge Raad · 5 februari 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:182

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/03963

Datum 5 februari 2021

ARREST

In de zaak van

[de verhuurder],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

hierna: [de verhuurder],

advocaat: aanvankelijk M.E.M.G. Peletier, thans J.W. de Jong,

tegen

1. [verweerster 1] V.O.F.,
gevestigd te [vestigingsplaats],

2. [verweerder 2],
wonende te [woonplaats],

3. [verweerder 3],
wonende te [woonplaats],

4. [verweerder 4],
wonende te [woonplaats],

VERWEERDERS in cassatie,

hierna: [verweerders],

advocaat: B.T.M. van der Wiel.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. het vonnis in de zaak 4760627 CV EXPL 16-2670 van de kantonrechter te Amsterdam van 11 april 2017;

  2. de arresten in de zaak 200.216.607/01 van het gerechtshof Amsterdam van 12 september 2017 en 28 mei 2019.

[de verhuurder] heeft tegen het arrest van het hof van 28 mei 2019 beroep in cassatie ingesteld.

[verweerders] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor [verweerders] mede door T. van Tatenhove.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [de verhuurder] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt [de verhuurder] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 882,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [de verhuurder] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.H. Sieburgh en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 5 februari 2021.