Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Zorgmachtiging ex art. 6:4 Wvggz…

Hoge Raad, 5 februari 2021

Zaakgegevens

Op 5 februari 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
5 februari 2021
Datum publicatie
4 februari 2021
Zaaknummer
20/02204
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
M.E. Bruning
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:186
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Zorgmachtiging ex art. 6:4 Wvggz. Telefonisch onderzoek door psychiater i.v.m. corona. Voldoet de medische verklaring?

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 4 december 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:1195
  2. Hoge Raad · 5 februari 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:186

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 20/02204

Datum 5 februari 2021

BESCHIKKING

In de zaak van

[betrokkene],
wonende te [woonplaats], thans verblijvende te [plaats],

VERZOEKER tot cassatie,

hierna: betrokkene,

advocaat: M.E. Bruning,

tegen

de OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT NOORD-NEDERLAND,

VERWEERDER in cassatie,

hierna: de officier van justitie,

niet verschenen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/18/198360 / FA RK 20-962 van de rechtbank Noord-Nederland van 22 april 2020.

Betrokkene heeft tegen de beschikking van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld.

Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht.

De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.

De advocaat van betrokkene heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren G. Snijders en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 5 februari 2021.