Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Bestuurdersaansprakelijkheid; selectieve betaling. Vraag of bestuurders ermee rekening…

Hoge Raad, 17 december 2021

Zaakgegevens

Op 17 december 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17 december 2021
Datum publicatie
16 december 2021
Zaaknummer
20/02485
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
J.H.M van Swaaij, B.I. Kraaipoel
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:1916
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Bestuurdersaansprakelijkheid; selectieve betaling. Vraag of bestuurders ermee rekening moesten houden dat vonnis op grond waarvan vennootschap betaling heeft ontvangen, in appel zou worden vernietigd en verplichting tot terugbetaling zou ontstaan. HR 8 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD7326 (Maarssens Bouwbedrijf); HR 8 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ0758 (Ontvanger/[...]).

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 12 mei 2020

    ECLI:NL:GHARL:2020:3732
  2. Conclusie A-G · 25 juni 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:655
  3. Hoge Raad · 17 december 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:1916

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 20/02485

Datum 17 december 2021

ARREST

In de zaak van

1. [eiser 1],
wonende te [woonplaats], Frankrijk,

2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats], Frankrijk,

EISERS tot cassatie,

hierna gezamenlijk: [eisers],

advocaat: J.H.M. van Swaaij,

tegen

SANITECH HOLDING B.V.,
gevestigd te Veenendaal,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: Sanitech,

advocaat: B.I. Kraaipoel.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de vonnissen in de zaak C/16/414869 / HA ZA 16-332 van de rechtbank Midden-Nederland van 26 april 2017, 5 juli 2017, 14 februari 2018 en 18 juli 2018;

  2. de arresten in de zaak 200.245.880 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 5 november 2019 en 12 mei 2020.

[eisers] hebben tegen het arrest van het hof van 12 mei 2020 beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Sanitech heeft verzocht het beroep in cassatie te verwerpen.

De zaak is voor Sanitech toegelicht door haar advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Sanitech begroot op € 6.971,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 17 december 2021.