Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Drinkwaterwet. Geoorloofde wijziging systematiek van heffing vastrecht voor levering van…

Hoge Raad, 24 december 2021

Zaakgegevens

Op 24 december 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24 december 2021
Datum publicatie
22 december 2021
Zaaknummer
20/01766
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
J.P. van den Berg.
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:1951
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Drinkwaterwet. Geoorloofde wijziging systematiek van heffing vastrecht voor levering van drinkwater door monopolist die vastrecht bij recreatieparken niet langer heft per centrale aansluiting, maar per verbruiksadres? Eis dat voorwaarden en tarieven 'niet discriminerend' zijn.

Procesgang

  1. Rechtbank Rotterdam · 24 januari 2018

    ECLI:NL:RBROT:2018:534
  2. Gerechtshof Den Haag · 10 maart 2020

    ECLI:NL:GHDHA:2020:366

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Conclusie A-G · 11 juni 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:589
  4. Hoge Raad · 24 december 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:1951

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 20/01766

Datum 24 december 2021

ARREST

In de zaak van

EVIDES N.V.,
gevestigd te Rotterdam,

EISERES tot cassatie,

hierna: Evides,

advocaten: J.A.M.A. Sluysmans en R.T. Wiegerink,

tegen

1. CAMPING JULIANAHOEVE RENESSE B.V.,
gevestigd te Renesse,

2. MOLECATEN PARK KRUININGER GORS B.V.,
gevestigd te Oostvoorne,

3. STICHTING RECREATIEPARK 'PORT GREVE',
zetelend te Brouwershaven,

4. HOF DOMBURG B.V.,
gevestigd te Wissenkerke,

5. CENTER PARCS NETHERLANDS N.V.,
gevestigd te Capelle aan den IJssel,

6. STICHTING REKREATIECENTRUM AQUA DELTA,
zetelend te Bruinisse,

7. DE VERENIGING HISWA RECRON, als rechtsopvolgster van DE VERENIGING VAN RECREATIEONDERNEMERS IN NEDERLAND,

zetelend te Leusden,

VERWEERSTERS in cassatie,

hierna gezamenlijk: Recron c.s.,

advocaat: J.P. van den Berg.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. het vonnis in de zaak C/10/511047 / HA ZA 16-963 van de rechtbank Rotterdam van 24 januari 2018;

  2. het arrest in de zaak 200.237.201/01 van het gerechtshof Den Haag van 10 maart 2020.

Evides heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

Recron c.s. hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal G. Snijders strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaten van Evides hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt Evides in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Recron c.s. begroot op € 902,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, C.H. Sieburgh, F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 24 december 2021.