Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Huur bedrijfshal. Brandschade. Aansprakelijkheid huurder of verhuurder? Art…

Hoge Raad, 12 februari 2021

Zaakgegevens

Op 12 februari 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 februari 2021
Datum publicatie
11 februari 2021
Zaaknummer
19/05660
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
aanvankelijk A.C. van Schaick en N.E Groeneveld-Tijssens, T. van Malssen
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:220
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Huur bedrijfshal. Brandschade. Aansprakelijkheid huurder of verhuurder? Art. 7:213 en 7:218 BW.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 1 oktober 2019

    ECLI:NL:GHSHE:2019:3600
  2. Conclusie A-G · 13 november 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:1053
  3. Hoge Raad · 12 februari 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:220

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/05660

Datum 12 februari 2021

ARREST

In de zaak van

[eiseres] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],

EISERES tot cassatie,

hierna: [eiseres],

advocaat: aanvankelijk A.C. van Schaick en N.E. Groeneveld-Tijssens,

thans A.C. van Schaick,

tegen

[verweerster] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: [verweerster],

advocaat: T. van Malssen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. het vonnis in de zaak 5286164 CV EXPL 16-6142 van de kantonrechter te Tilburg van 23 augustus 2017;

  2. het arrest in de zaak 200.231.569/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 1 oktober 2019.

[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

[verweerster] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 6.802,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, F.J.P. Lock en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 12 februari 2021.